34
Auriana
Ik voelde mijn hoofd bonken. Waar komt die vreselijke hoofdpijn vandaan? dacht ik. Ik probeerde mijn ogen te openen, maar dit lukte niet. Ik probeerde terug te denken aan wat er gebeurt kon zijn waardoor ik die hoofdpijn kreeg…en het schoot mij plotseling te binnen dat Nikki en ik, Jake hadden weggeduwd voor een auto die aan kwam rijden. Waarom keek die idioot dan ook niet voordat hij de weg op liep? dacht ik. Ver weg hoorde ik mensen praten en besloot nog een poging te wagen om mijn ogen te openen. Langzaam maar zeker gingen mijn ogen open, maar ik sloot ze snel weer vanwege het felle licht.
‘Auriana?’ hoorde ik ver weg. De stem kwam mij bekend voor, maar ik kon hem niet thuisbrengen. Dit keer opende ik mijn ogen langzaam en knipperde een paar keer voordat ik ze helemaal opendeed.
‘Waar ben ik?’ vroeg ik verward, terwijl ik rechtop ging zitten. Mijn keel was droog van het slapen, waardoor mijn stem nogal schor klonk. Toen ik opzij keek zag ik Jake naast mijn bed staan.
‘Je bent in het ziekenhuis, Nikki is hier ook ergens. Weet je nog wat er gebeurd is?’ vroeg hij. Ik verbaasde mij over de bezorgdheid die duidelijk in zijn stem te horen was.
‘We hadden net de boodschappen gedaan voor Scarlets verrassing en waren onderweg naar huis. Jij liep boos de weg op zonder te kijken en er kwam een auto aan. Nikki en ik renden de straat op om jou aan de kant te duwen maar daarna is alles zwart.’ Ik zette mijn bed wat meer overeind. Mijn hoofd begon nog erger te bonken en ik ging weer liggen.
‘Daarna heeft Jake je naar het ziekenhuis gedragen en was je out voor drie uur,’ antwoordde Emma. Jake keek haar met een boze blik aan maar Emma haalde haar schouders op en trok zich niets van hem aan. Jake stond nogal ongemakkelijk aan mijn bed en hoewel ik het aan de ene kant grappig vond om hem zo te zien struggelen, vond ik het aan de andere kant ook wel zielig.
‘Zou ik misschien even alleen met Jake kunnen praten?’ Emma knikte en liep samen met de anderen de kamer uit. Ik wachtte tot de deur dicht was voordat ik mijn aandacht weer op Jake vestigde.
‘Heb je me echt naar het ziekenhuis gedragen?’ vroeg ik hem, de verwarde blik op mijn gezicht liet duidelijk merken dat ik niet begreep waarom hij mij had geholpen. Jake keek op van de grond.
‘Hoe bedoel je?’ vroeg hij verward. Hij had verwacht dat ik hem dankbaar zou zijn… of in ieder geval iets in die richting.
‘Je haat me…tenminste dat is wat je tot nu toe steeds hebt gezegd.’
‘Dat deed ik ook, en ik dacht dat jij mij ook haatte…maar jij riskeerde je leven om mij te redden. Dit was het minste wat ik kon doen,’ hij voelde zich schuldig, ‘als ik gewoon had uitgekeken, dan waren Nikki en jij nooit gewond geraakt.’
‘Jake…zo moet je niet denken. Je bent mij niets verschuldigd, ik zou het voor iedereen gedaan hebben.’ Jake stond nog steeds ongemakkelijk naast het bed en wist niet goed wat hij moest doen of zeggen.
‘Kom hier,’ zei ik, terwijl ik op het bed klopte. Stiekem had ik toch wat medelijden met hem gekregen en bedacht dat dit wel eens de kans op een schone lei kon zijn. Jake ging aarzelend op het bed zitten en keek mij voorzichtig aan.
‘Luister goed, ook al ben je niet mijn meest favoriete persoon, wil niet zeggen dat ik je zomaar aan zou laten rijden. Ik hoop alleen dat we al het gedoe van hiervoor nu achter ons kunnen laten,’ zei ik. Jake schonk mij een kleine glimlach en knikte.
‘Vrienden?’
‘Vrienden,’ antwoordde hij. Voor hij het wist voelde hij mijn warme armen om zijn nek. Zijn ogen werden groot van verbazing. Ja, hij wist dat ik een knuffelaar was, maar hij had niet verwacht dat ik hem een knuffel zou geven. Hij zat voor een moment stil en sloeg toen voorzichtig zijn armen om mij heen. Wat wij echter niet wisten was dat Emma, Brooke en Renee door het raam keken en alles gezien hadden.
‘Ik wist het wel,’ zei Renee zachtjes. Ze hield haar hand op voor een high five, maar die kreeg ze niet.
‘Haal je geen dingen in je hoofd, ze hebben het net bijgelegd,’ zei Brooke. Langzaam liet ik hem los en Jake keek mij aan. Ik schonk hem voorzichtig een glimlach. Hij glimlachte terug.
‘Jake...’ Voordat ik mijn zin af kon maken, kwam er een dokter binnen.
‘Hallo Auriana, mijn naam is dokter Stevens. Je hebt veel geluk gehad dat je geen hersenschudding op hebt gelopen met die val. Zodra een van je ouders de formulieren heeft getekend, mag je gaan. Doe voorlopig rustig aan.’ Ik knikte braaf en dokter Stevens verliet de kamer, waarna de meiden weer binnenkwamen. Brooke, Renee en Emma gingen rond mijn bed staan.
‘Jij gaat echt niet rustig aan doen, of wel?’ vroeg Brooke die het antwoord op de vraag eigenlijk al wist zodra hem stelde. Ik lachte.
‘Natuurlijk niet, ik dacht dat je me beter kende dan dat. Waar is Nikki? Ik wil even kijken of alles goed gaat.’ Brooke en Renee keken elkaar twijfelend aan.
‘Oké, wat vertellen jullie me niet?’ vroeg ik argwanend. Koppig sloeg ik mijn armen over elkaar heen en keek hen aan.
‘Nikki…ze uhm…ze ligt hier…maar ze is nog niet wakker,’ vertelde Brooke.
‘Maar ze wordt wel weer wakker…toch?’ vroeg ik onzeker.
‘Dat weten ze nog niet, ze heeft veel bloed verloren,’ zei Renee. Ik sloeg mijn ogen neer en dacht terug aan de droom die ik had gehad toen ik buiten bewustzijn was.
‘Oh…’ Skylar, Jimmy en Jeremy kwamen de kamer binnen gelopen.
‘Nog nieuws over Nikki?’ vroeg Brooke hoopvol. Skylar schudde teleurgesteld haar hoofd.
‘Omdat we geen directe familie zijn mogen ze ons niets vertellen,’ vertelde Jimmy. Theresa kwam de kamer in gelopen met een bezorgde uitdrukking op haar gezicht.
‘Auriana!’ Ze sloot haar dochter in haar armen en hield haar stevig vast.
‘Mam, alles is goed. Maak je geen zorgen.’ De rest grinnikten om mijn nuchterheid over de situatie. Dokter Stevens kwam de kamer niet veel later binnengelopen toen ze te horen had gekregen dat een van de ouders er was. Ze gaf Theresa een hand en stelde zichzelf voor.
‘Uw dochter heeft veel geluk gehad vandaag. U mag mij volgen om de ontslagformulieren in te vullen.’ Theresa knikte en liep achter dokter Stevens aan.
Die avond zat ik op mijn knieën voor mijn kast. Mijn hoofd bonkte nog steeds, maar niet meer zo erg als die middag. Langzaam opende ik een doos die onder in mijn kast stond. In mijn handen hield ik een jasje dat ik nooit meer droeg maar wel nog eens in de zoveel tijd naar keek. Met een zucht stopte ik het jasje terug in de doos. Eigenlijk wilde ik niet meer denken aan de tijd voordat ik met mijn familie naar Westbrook verhuisden. Ik wilde niets liever dan het verleden achter me laten. Ik had echter geen idee dat de toekomst andere plannen voor mij in petto had.